MENU

Heat Academy: Bier koelen

19-03-2019
De afmeting in relatie tot het volume bepaalt de afkoelsnelheid.

Als we een liter bier snel willen koelen in de koelkast kunnen we beter een paar kleine blikjes in de koelkast leggen dan een grote. De hoeveelheid warmte die weg gekoeld moet worden is in beide situaties identiek, namelijk 4190 Joule per kg per graad Celsius. 
Het “gemak” waarmee de overdracht van warm naar koud verloopt is een constante en wordt de warmteoverdracht coëfficiënt genoemd. Deze wordt weergeven in Watt per m² per graad Celsius.
Bij lucht bedraagt dit ca 20W/m²C°
In deze overdacht constante zien we dat oppervlak en temperatuur van belang zijn. De energie die het blikje per seconde afstaat wordt als volgt weergegeven:  
Q(watt) = overdrachtscontante x oppervlak blik x temperatuur verschil
Omdat in de koelkast een constante temperatuur heerst en de inhoud van het blik steeds kouder wordt zal het temperatuur verschil steeds kleiner worden. Hierdoor wordt de warmteafgifte (Q) steeds lager en worden er per seconde dus minder warmte (joules) uit het bier gehaald. De temperatuurdaling gaat dus steeds langzamer.
Maar: We zien ook dat een groot oppervlak meer warmte kan afgeven bij een gelijk temperatuurverschil.  Uit ervaring weten we dat 3 kleine blikjes van 33cl een groter blik-oppervlak hebben dan 1 blik van 1-liter.
Om 1 liter snel te koelen kunne we dit dus beter verdelen over 3 blikjes.